Address
304 North Cardinal St.
Dorchester Center, MA 02124
Work Hours
Monday to Friday: 7AM - 7PM
Weekend: 10AM - 5PM

Waarom komen er lieveheersbeestjes in huis? Die vraag speelt vooral in de herfst, wanneer ineens groepjes lieveheersbeestjes op kozijnen, muren of plafonds verschijnen. Meestal is er geen reden tot paniek. Lieveheersbeestjes zoeken vooral een veilige, droge en relatief warme plek om te overwinteren. Een woning lijkt dan op een beschutte schuilplaats. Toch kunnen ze binnenshuis hinderlijk worden, zeker als ze met veel tegelijk komen.
Lieveheersbeestjes leven het grootste deel van het jaar buiten. Ze zitten in tuinen, parken, bermen en struiken, waar ze zich voeden met bladluizen en andere kleine insecten. Zodra de dagen korter worden en de temperatuur daalt, veranderen hun behoeften. Ze zoeken dan geen voedsel meer, maar beschutting.
Huizen bieden precies wat ze op dat moment nodig hebben: kieren, droge hoeken, beschutte gevels en soms een beetje warmte. Vooral zonnige buitenmuren zijn aantrekkelijk. Die warmen overdag op, waardoor lieveheersbeestjes zich daar verzamelen. Vanuit zo’n plek kruipen ze gemakkelijk via naden, ventilatieroosters, raamkozijnen of kleine scheurtjes naar binnen.
Binnen blijven ze vaak stil zitten. Ze lijken soms dood, maar zijn meestal in rust. Op warme dagen kunnen ze weer actief worden en door de kamer gaan kruipen of tegen ramen vliegen.
De belangrijkste reden is overwintering. Lieveheersbeestjes zijn koudbloedige dieren en worden minder actief bij lage temperaturen. Ze zoeken plekken waar ze niet nat worden, niet bevriezen en zo min mogelijk energie verliezen.
In de natuur zitten ze bijvoorbeeld onder schors, tussen bladeren of in spleten van muren. Een huis heeft vergelijkbare schuilplekken, maar dan vaak droger en stabieler. Spouwmuren, zolders, raamranden en gordijnplooien kunnen daardoor aantrekkelijk zijn.
Warmte en licht sturen hun gedrag. Een gevel op het zuiden of westen warmt snel op in de herfstzon. Lieveheersbeestjes verzamelen zich daar eerder dan op een koude, schaduwrijke muur. Ook lichte gevels en raamoppervlakken kunnen extra opvallen.
Daarna is een kleine opening genoeg. Een kier van enkele millimeters kan al voldoende zijn. Daarom zie je lieveheersbeestjes vaak rond ramen, deuren, dakranden en ventilatiepunten. Ze komen niet binnen omdat het huis vies is, maar omdat de omstandigheden gunstig zijn.
In de meeste gevallen zijn lieveheersbeestjes in huis niet schadelijk. Ze knagen niet aan hout, textiel, voedselvoorraden of elektrische kabels. Ze planten zich binnenshuis meestal niet actief voort, omdat ze daarvoor voedsel en geschikte omstandigheden nodig hebben. Een groepje op het plafond betekent dus niet automatisch een plaag zoals bij motten of kakkerlakken.
Toch kunnen ze overlast geven. Als ze zich bedreigd voelen, kunnen ze een geelachtige vloeistof afscheiden. Dat is een verdedigingsreactie. Die vloeistof kan ruiken en soms vlekken geven op lichte muren, gordijnen of vensterbanken. Pletten is daarom geen goed idee.
Sommige mensen merken ook irritatie door de geur of door contact met de diertjes. Dat komt niet vaak voor, maar het kan wel vervelend zijn. Vooral grote groepen kunnen onrust geven, simpelweg omdat je ze steeds ziet terugkomen.
In Nederland komen verschillende soorten lieveheersbeestjes voor. De bekendste hebben rode dekschilden met zwarte stippen, maar er zijn ook gele, oranje, zwarte en gevlekte varianten. Niet elke soort gedraagt zich hetzelfde.
Een soort die regelmatig in woningen wordt gezien, is het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje. Deze soort kan in groepen overwinteren en daardoor ineens massaal zichtbaar zijn rond ramen of gevels. Hij is variabel van kleur: van geel en oranje tot rood of bijna zwart. Het aantal stippen verschilt ook.
Dat betekent niet dat elk lieveheersbeestje in huis meteen deze soort is. Voor bewoners is exacte herkenning vaak lastig. Belangrijker is het gedrag: komen ze in de herfst met meerdere tegelijk binnen en verzamelen ze zich op zonnige plekken, dan zoeken ze waarschijnlijk een overwinteringsplek.
Als er maar een paar lieveheersbeestjes binnen zitten, kun je ze rustig verwijderen. Het is beter om ze niet dood te drukken. Zo voorkom je vlekken en geur. Gebruik liever een zachte methode.
Praktische manieren zijn:
Buiten zetten kan op milde dagen prima. Bij vorst is een zeer koude buitenplek minder geschikt. Een beschutte plek zoals een schuurtje, droge overkapping of bladerhoek is dan vaak beter dan midden op een open terras.
Bij veel lieveheersbeestjes tegelijk is het verstandig om systematisch te werk te gaan. Begin bij de ramen en lichte plekken, omdat ze daar vaak naartoe trekken. Sluit binnendeuren tijdelijk, zodat ze zich niet door het hele huis verspreiden. Verwijder ze vervolgens in kleine groepen.
Gebruik liever geen insectenspray in woonruimtes. Dat is meestal niet nodig en kan juist ongewenste resten achterlaten. Bovendien lossen sprays de oorzaak niet op: de openingen waardoor de lieveheersbeestjes binnenkomen blijven bestaan.
Voorkomen draait vooral om het afsluiten van toegangspunten. Omdat lieveheersbeestjes klein zijn, kunnen ze door smalle kieren kruipen. De herfst is het belangrijkste moment om maatregelen te nemen, liefst voordat de eerste grote groepen verschijnen.
Let vooral op deze punten:
Een volledig huis insectvrij maken is niet realistisch. Wel kun je de kans op grote aantallen sterk beperken door bekende ingangen te dichten. Vooral oudere woningen hebben vaak meer kleine openingen dan je op het eerste gezicht ziet.
Lieveheersbeestjes bewegen naar licht en warmte. Daarom zie je ze vaak op ramen, kozijnen en lichte muren. Als ze eenmaal binnen actief worden, proberen ze soms naar buiten te komen via het glas. Ze begrijpen niet dat het raam een barrière vormt en blijven er daarom tegenaan lopen of vliegen.
Plafonds zijn ook populair omdat warme lucht opstijgt. Boven in een kamer is het vaak iets warmer en rustiger. Gordijnrails, hoekjes bij balken en naden langs plafonds geven extra beschutting. Het lijkt daardoor alsof ze uit het niets verschijnen, terwijl ze soms al eerder in een kier of plooi zaten.
In het voorjaar kunnen overwinterde lieveheersbeestjes opnieuw actief worden. Dan zoeken ze juist de uitgang. Je ziet ze dan weer bij ramen, omdat ze naar buiten willen om voedsel en soortgenoten te zoeken.
Een enkel lieveheersbeestje is normaal en onschuldig. Ook een klein groepje in de herfst hoeft geen probleem te zijn. Overlast wordt vooral vervelend als er steeds nieuwe groepen binnenkomen, als er vlekken ontstaan of als ze in slaapkamers en woonkamers hinder geven.
Kijk dan vooral naar de buitenkant van de woning. Waar verzamelen ze zich? Op welke gevel zit de zon? Bij welk raam komen ze binnen? Door die plekken te herkennen, kun je gerichter naden en kieren aanpakken.
Belangrijk is ook om het seizoen mee te nemen. In de herfst zoeken ze naar binnen, in de winter blijven ze vaak stil, en in het voorjaar willen ze weer naar buiten. Dat patroon helpt om hun aanwezigheid beter te begrijpen en niet onnodig te schrikken.
In de herfst zoeken lieveheersbeestjes beschutting voor de winter. Huizen bieden droge kieren, warmte en bescherming tegen wind en regen. Daardoor lijken ramen, gevels en zolders op geschikte overwinteringsplekken.
Meestal niet. Lieveheersbeestjes komen in huis vooral om te overwinteren, niet om voedsel te zoeken. Bladluizen leven vooral op planten buiten of op kamerplanten, maar zijn meestal niet de reden van binnenkomst.
Lieveheersbeestjes zijn niet agressief, maar sommige kunnen bij contact een klein kneepje geven. Dat is meestal onschuldig en voelt hooguit vervelend. Ze zoeken geen mensen op om te bijten.
Gebruik een glas met een kaartje, een zachte borstel of een stofzuiger met opvangdoekje. Verplaats ze daarna naar een beschutte plek. Druk ze liever niet plat, want dat kan geur en vlekken veroorzaken.
Dat kan gebeuren als dezelfde kieren, warme gevels en schuilplekken beschikbaar blijven. Lieveheersbeestjes reageren op gunstige omstandigheden. Door openingen te dichten, verklein je de kans op herhaalde overlast aanzienlijk.